
18 02 2008 - Luik-Bastenaken-Luik van 1980 is wellicht de meest dramatische voorjaarsklassieker aller tijden. Toen de renners 's morgens uit Luik vertrokken, leek er weinig aan de hand: er vielen wat regendruppels uit de grijze lucht en de matige noordoostenwind trok aan. Tot het weer na dertig kilometer dramatisch omsloeg en Luik-Bastenaken-Luik de allure van een overlevingstocht kreeg.
Bernard Hinault, de uitgesproken patron van het peloton, greep de buitengewone omstandigheden (sneeuw, gure zijwind) aan om zich de legende in te rijden. Op tachtig kilometer voor de finish liet hij zijn laatste metgezellen in de steek en richtte, aldus toenmalig Raleigh-ploegleider Peter Post, een ware slachtpartij aan.
Slechts eenentwintig renners haalden de aankomst. Hennie Kuiper, de nummer twee, had bijna tien minuten achterstand op de ontketende Fransman. Kuiper: 'Die dag greep Hinault zijn tegenstanders zo bij de keel dat aan het einde iedereen op sterven na dood was.'
Luik-Bastenaken-Luik was voor Hinault nog maar de aanhef van wat een memorabel seizoen moest worden. Hij wou niet alleen in één jaar Giro en Tour winnen, maar zich in eigen land ook tot wereldkampioen laten kronen. Aangezien Hinault zich nog nooit op zelfoverschatting had laten betrappen, kon de tegenstand niet anders dan berusten.
Maar, was de Franse held in de Ardennen nog meester over de elementen, in de Tour werd hij plots met zijn eigen feilbaarheid geconfronteerd. Na een week, gedomineerd door striemende buien en tegenwind, dwong een hardnekkige tendinitis het ontembare monster tot opgave. Als een dief in de nacht verdween gele trui Hinault uit de Tourkaravaan. Ploegleider Cyrille Guimard: 'Voor het eerst in zijn carrière verloor Bernard de controle over de omstandigheden, waardoor zijn legendarisch zelfvertrouwen verkruimelde.'